Volksverhalen verkennen

Een creatieve workshop om samen verhalen te verkennen, te genieten van taal en de fantasie aan het werk te zetten. 

Hoe kan je volksverhalen inzetten in de klas? Naar aanleiding van Erfgoedweek 2023 ontwikkelde Jacqueline van Leeuwen van FARO een draaiboek voor een creatieve workshop, gericht op de derde graad van het lager onderwijs.

Op deze pagina vind je de stappen van deze workshop, samen met het werkmateriaal. Je krijgt er ook drie voorbeeldverhalen uit het Leuvense bij en links om zelf nog meer verhalen te zoeken.

  • Wat: Lespakket
  • Voor wie: 3de graad lagere school, OKAN
  • Duur: 1 lesuur
  • Een initatief van: Jacqueline van Leeuwen, FARO, MIJNLEUVEN, Erfgoedcel Leuven

Wat heb je nodig?

  • Een stapel A4-papier
  • Stiften
  • Oude kranten, tijdschriften (met tekst en beeld)
  • Scharen
  • Lijm
  • Plakband
  • Timer
  • Verhalen
  • De wat- en hoe-lijst
  • Fantasie

Hoe werkt het?

  1. Verdeel je klas in groepjes van 2 of 3 leerlingen.
  2. Kies een verhaal per groepje.
  3. Laat de groepjes onderling hun verhaal aan elkaar vertellen in 20 seconden. Wat daarna overblijft zijn de hoofdstappen van het verhaal (je landt ergens tussen de 4 tot 5 stappen in het verhaal).
  4. Neem voor elke stap in het verhaal een A4-papier.
  5. Schrijf op elk papier een interessant werkwoord, bv. 'uitvinden' of 'ontsnappen'.
    Tip: Je kan inspiratie opdoen in de Wat-lijst of knip een werkwoord uit een krant.
  6. Koppel aan dat werkwoord een interessante 'Hoe'. Kies voor iets dat verrast, bv. 'vriendelijk ontsnappen' of 'verkeerd ontploffen'
    Tip: Je kan inspiratie opdoen in de Hoe- en Wat-lijst (download hieronder) of knip een woord uit de krant.
  7. Bedenk nu per blad een geluid: Wat is er te horen op dit moment in het verhaal? Schrijf het erbij.
  8. Bedenk per blad een beeld: Wat is er te zien op dit moment in het verhaal? Dat kan een gebaar zijn, een plek, een voorwerp, een persoon … Teken iets of ga op zoek naar een foto en plak dat erbij.
  9. Plak de bladen aan elkaar, hang ze op en vertel het verhaal aan de andere groepjes.

Downloads

Downloads
Wat-lijst(pdf, 121.31 KB)
Hoe-lijst(pdf, 197.89 KB)
© An Minnen

Drie Leuvense volksverhalen om mee te oefenen

De betoverde muizen

In Heverlee woonde er vroeger een tovenaar. Hij had dikke boeken vol magische spreuken. Hij betoverde mensen en maakte hen ziek. Als ze hem betaalden, dan genas hij ze ook met een spreuk. Op een dag leent zijn vriend het boek. Hij bladert erin. Hij vindt een recept om muizen te maken. Dat is leuk! Hij maakt tien muizen van modder. Dan zegt hij een toverspreuk. Oei, plots beginnen die muizen te leven. Ze rennen snel weg. Het worden er steeds maar meer. De man vindt geen spreuk om ze weg te toveren. Het wordt een plaag: iedereen in Leuven heeft last van de muizen. De man wil niet vertellen dat hij ze heeft gemaakt. Het wordt erger en erger, overal zitten er muizen. Uiteindelijk vertelt hij het toch. En dan zijn de muizen plots verdwenen!

De behekste kraai

Op een boerderij in Kessel-Lo spookt het. Iedere nacht zijn de varkens en de paarden er bezweet. Ze zijn onrustig en kunnen niet slapen. De koeien geven er geen melk meer. De kinderen worden ziek. Dan ziet de boer een kraai in de boom zitten. Dat is vast een heks, denkt hij. De heks die ons huis heeft betoverd. Hij pakt een steen en gooit die naar de kraai. Hij raakt het dier heel hard aan de vleugel. De kraai mankt weg. Die nacht zijn alle varkens, paarden en koeien rustig. En er is weer melk. Maar de buurvrouw is plots gekwetst aan haar arm. Hoe zou dat nu komen?

Een spookhond

Er was eens een man die vlakbij de Zoete Waters woonde. Hij moest wel eens ’s nachts op pad. Dan ging hij zieke mensen helpen. Daarvoor moest hij door het bos wandelen. In dat bos woonden rovers. Hij was bang dat zij hem zouden overvallen. Daarom kocht hij een grote, sterke hond. Die ging mee en jaagde de rovers weg. Dat hielp! Maar op een dag ging de hond dood. De man moest toch weer ’s nachts op pad. Hij was bang. Het was donker in het bos en hij hoorde geritsel. De bange man zei: “Oei, oei, oei, had ik nu mijn hond maar mee”. En daar rees de hond als een spook op uit de grond. Hij was wit en gespikkeld en hij liep helemaal mee tot bij de zieke. En toen de man weer thuiskwam verdween de hond weer in de grond.

Meer verhalen nodig?

Deze verhalen zijn in 1950 verteld aan Alfons Roeck, je kan ze terugvinden in de volksverhalenbank: een echte schatkamer aan oude verhalen!

Vind je daar niet wat je zoekt of wil je meer internationale verhalen? Op de website van de Volksverhalen almanak vind je meer verhalen.

Iets fout of onduidelijk op deze pagina? Meld het ons.